Aangeboden | ‘16 april’: het liedje van verlangen

Het bekend Surinaams liedje ‘16 april’ van de zanger Max Woiski uit de jaren vijftig, was decennialang gehuld in raadselen. Aangezien het liedje jaarlijks in deze periode op de radio te horen is, roept het elk jaar weer vragen op over de verwijzing naar de datum van 16 april.

Wat zou er zijn gebeurd op 16 april in Suriname en in welk jaar is dat ‘iets’ gebeurd? Waarom legt de zanger de nadruk op de datum? Het liedje is op YouTube te vinden (NB: de originele versie lijkt niet te werken op YouTube, red.) .

In de afgelopen decennia zijn er verscheidene verklaringen gegeven over het verhaal achter het lied en de verwijzing naar de datum. Hiervan kan ik mij twee herinneren.

Volgens één verklaring heeft ooit eens op 16 april een bootongeluk zich voorgedaan waarbij enkele slaven het leven lieten. Ze zouden op weg zijn geweest naar het Tapanahonygebied om goud te delven.

In deze verklaring wordt niet aangegeven in welk jaar het bootongeluk zich voordeed en waarom de nadruk zo met klem wordt gelegd op de datum in plaats van het drama. Heeft het drama zich kunnen voltrekken omdat er iets magisch is aan de datum van 16 april? Waarom valt er uit de tekst van het liedje niets te destilleren over het vermeende bootongeluk? Deze vragen zijn tot heden onbeantwoord gebleven.

Regentijd

Volgens de andere verklaring zou ‘16 april’ de dag zijn waarop slaven vertrokken vanaf de Surinamerivier naar Tapanahony voor het zoeken naar goud. Volgens deze verklaring werd 16 april aangemerkt als de overgang van de kleine droge tijd naar de grote regentijd.

Max Woiski, de zanger van ‘16 april’

De slaven die per boot de reis moesten ondernemen naar Tapanahony waren volgens deze verklaring afhankelijk van de grote regentijd voor een soepele doorbeweging in de rivieren en bij de watervallen. Ook deze verklaring roept uiteraard vragen op.

In elk geval wordt in onze aardrijkskundeboeken geen datum genoemd die als een scherpe overgang dient tussen de droge tijd en regentijd. Bovendien begint de regentijd volgens onze schoolboeken pas aan het einde van de maand april.

Kortom, bovenstaande verklaringen zijn niet waterdicht en daarom niet aannemelijk. Toch hebben deze verklaringen een ding gemeen, namelijk dat de inhoud van het liedje zijn oorsprong heeft in de tijd van de slaven in ons land.

Als ambtenaar op het ministerie van Arbeid doe ik al jaren onderzoek naar de arbeidshistorie van Suriname om deze op schrift vast te leggen. In dit verband ben ik jaren geleden archiefstukken tegengekomen die mogelijk de puzzel van het liedje en de verwijzing naar de datum oplossen.

Eigen bedrijf

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan ik stellen dat het bedoelde lied betrekking heeft op de publicatie in het gouvernementsblad van 16 april 1863 (G.B. 1863, no 09).

Deze publicatie gaat over arbeidsrechten die de slaven toegekend zouden krijgen in het kielzog van eerder gepubliceerde officiële documenten met betrekking tot afschaffing van de slavernij.

De publicatie omvatte 46 artikelen, bestaande uit rechten en plichten die betrekking hadden op hun arbeid als vrije mens. Een van de rechten was dat de slaven hun werkplaats, de plantage waar ze arbeid verrichten, mochten verlaten, wat eerder niet mocht.

Een ander recht bood hen de mogelijkheid om voor zichzelf een ambacht of bedrijf uit te uitoefenen ter voorziening in eigen behoeften en die van hun gezin. Nog nooit eerder hadden de slaven zo een ‘vrijheid’ verworven.

Met deze publicatie bespeelde de kolonisator de gevoelens van de slaven. Vanaf dat moment kon de veel eerder afgekondigde afschaffing van de slavernij niet in de schaduw staan van de wet van 16 april 1863.

De in het verschiet liggende afschaffing van de slavernij was ineens verreweg van minder belang voor de slaven geworden. De afkondiging van de slavernij geschiedde veel eerder, namelijk middels de wet van 8 augustus 1862 (G.B. 1862 no 6), alsmede de proclamatie van 3 oktober 1862 (G.B. 1862, no 7).

Vluchten in verbeelding

Volgens deze documenten werd de afschaffing van de slavernij vastgesteld op 1 juli 1863. Echter, deze datum liet lang op zich wachten, zeker voor de getergde slaven die geen dag langer konden wachten op hun vrijheid.

Begrijpelijk daarom dat de publicatie van 16 april leidde tot opgetogen slaven. Bepaalde van hen zagen deze publicatie als de pre-exit naar de verlangde vrijheid en zelfontplooiing. Ze zouden de plantages verlaten om hun eigen ding te gaan doen. In die tijd was het gesprek van de dag gericht op Tapanahony, het Eldorado in ons land waar een goudkoorts heerste onder eerder weggelopen slaven.

Door poëzie en zang uitten de slaven hun vreugde over de wet van 16 april, zoals dat ook het geval was bij andere gebeurtenissen in hun leven van elke dag. Dichtkunst was over het algemeen de wijze waarop de doorsneeslaaf normaliter vluchtte in verbeelding.

 

Ze hadden de neiging om daarin te realiseren wat in het dagelijkse leven onhaalbaar was of bleek te zijn. Thema’s die in hun poëzie en zang aan de orde kwamen, hadden voornamelijk betrekking op spiritualiteit, erotiek, seks, vrijheid en toekomst.

Hiermee prikkelden ze structureel de verbeelding van lotgenoten om geloof en hoop te blijven hebben in hun toekomst. Ze waren toekomstdenkers en hadden daarbij een goede voorstelling. Kortom, hun poëzie en zang hadden veel weg van fantasie.

In hun fictionele wereld was alles mogelijk. De functionaliteit van hun fantasie en verbeelding mag niet worden onderschat. Hieraan hebben ze kracht ontleend om het decennialang te kunnen uithouden op de plantages waar ze onder het juk van hun meesters leefden. Hun buitengewone verbeeldingskracht over hun toekomst maakte dat ze konden dealen met gevoelens van frustratie, vernedering en onderdrukking.

Uit het oraal erfgoed dat afkomstig is uit de periode van de slaven, kan veel ontrafeld worden over het gewone leven van de slaven. Zo ook het liedje van Max Woiski dat zijn oorsprong vindt in deze periode en aanvankelijk heeft kunnen overleven door mond-tot-mondoverdracht.

Erotiek van de slaaf

‘16 april’ is het liedje van verlangen dat is gebaseerd op fictie en is gezongen naar aanleiding van de vreugde die ontstond onder de slaven toen bekend werd dat de wet van 16 april 1863 hen de mogelijkheid zou verschaffen om hun eigen ding te gaan doen als vrije mens.

Al vanaf deze dag wilden bepaalde slaven zich alle vrijheden veroorloven. Dat Tapanahony in het liedje wordt bezongen, is omdat het de hype was van het moment. Slaven zagen het als hun toekomstbestemming, gewoon om het begeerde goud natuurlijk.

In het lied bezingt het personage (lees: de slaaf) zijn vermeende vrijheid waarop hij zich verheugt op 16 april 1863. Hij fantaseert over zijn vertrek naar Tapanahony als zijn nieuwe bestemming.

Hij was zich ervan bewust dat hij zijn vrouw zou moeten overhalen om met hem mee te gaan. Hij wist dat zijn vrouw het stadsleven ( lees: de plantage) niet gemakkelijk zou opgeven voor een nieuw avontuur in het diepe oerwoud.

Hij hield haar een toekomstbeeld voor, welke neerkwam op een overvloed aan goud dat ze zou bezitten indien ze zou instemmen met het vertrek. Het goud dat volgens hem voor het oprapen was, zou prijken aan al haar vingers en om haar nek.

Ze had volgens hem daarom geen reden om te treuren over alle goeds wat ze zou achterlaten. In zijn verbeelding over zijn vertrek zag hij als enige tegenvaller het achterlaten van zijn liefjes, omdat hij ze niet meer zou zien. Bij vertrek raakte hij daarover in het gemoed ontroerd.

Dit deel van het lied heeft betrekking op de erotiek van de slaven, die een niet te onderschatten prikkel was ter versterking van hun levenskracht. Dit gedeelte geeft tegelijkertijd ook aan, de vertwijfeling die was opgetreden bij de slaaf om te vertrekken naar de nieuwe bestemming. Ook het feit dat hij in zijn verbeelding bij aankomst te Ansubangi (de plek van vertrek met de boot) laagwaterstand tegenkwam, onderschrijft zijn vertwijfeling, want hij zou hierdoor niet kunnen vertrekken.

Ansubangi

Volgens het boek De afstammeling van de bosnegers van de auteur L. Junker (1922) was Ansu een plantage ter hoogte van wat wij vandaag kennen als Meerzorg in Commewijne. Deze plantage lag een beetje afgelegen aan de Surinamerivier.

Ansubangi moet de plek zijn geweest langs de rechteroever (stroomafwaarts) van de rivier, van waaruit bootjes aan -en afmeerden. De slaven moesten ernaar toe lopen, mogelijk wordt daarom gezongen ‘ma di mi doro na Ansubangi’.

Het verhaal heeft zich afgespeeld op deze plantage. Tapanahony was niet onbekend bij de slaven op deze plantage, want heel lang voor de afschaffing van de slavernij waren enkele slaven van deze plantage, onder leiding van Tata Ando Busiman, reeds gevlucht naar Tapanahony waar ze dorpen hebben gesticht. Ze werden Ansunegers genoemd.

De zanger Max Woiski heeft zich op meesterlijke wijze weten in te leven in de verbeeldingswereld van de slaaf. Hij kende het verhaal over ‘16 april’ omdat zijn grootvader – volgens het boek ‘Woiski — Mijn familie en Ik” van de hand van zijn zoon Ronny (1942) – zelf eigenaar was van een plantage.

De ervaringen met de slaven werden doorverteld aan de kinderen en nakomelingen. Het verhaal behoort tot het oraal erfgoed van de familie. De grootvader van Max was een Poolse legerofficier die zich in 1835 vestigde in Suriname.

José Baretto 

Max is 48 jaar na de afschaffing van de slavernij geboren in Domburg (11 februari 1911). Hij begon in de jaren dertig in Amsterdam, Nederland, populaire muziek te maken.

In zijn eigen club La Cubana in de Amsterdamse Leidsestraat trad hij op onder de naam José Baretto en speelde hij voornamelijk Latijns-Amerikaanse muziek. In de jaren vijftig schakelde hij over naar Surinaamse muziek. Zijn grootste hit was B.B. met R. (Bruine bonen met rijst). Het nummer ’16 april’ dateert ook uit die dagen. Max overleed in 1981 in Spanje waar hij intussen verbleef.

De opwelling onder de slaven naar aanleiding van de publicatie van 16 april 1863 is uitgelopen op een bittere teleurstelling. Wat bleek? De veel bejubelde ‘Wet van 16 april’ had in de overgangsbepaling staan dat de wet pas op 1 juli 1863, op de dag van de afschaffing van de slavernij, in werking zou treden.

Dat was vóór de publicatie in de voorlichting naar de slaven toe bewust of onbewust verzwegen, tot enkele van hen gepakt en gezakt zich op 16 april begaven naar hun toezichthouder voor vertrek. De bedoeling van de gouverneur om deze wet 3 maanden voor de afschaffing van de slavernij te publiceren, was kennelijk om de veel eerder afgekondigde afschaffing van de slavernij levend te houden bij de slaven.

Zwaar terneergeslagen moesten ze nog even doorbijten tot 1 juli. Maar intussen hadden ze hun blijdschap al bezongen in poëzie en zang, waaronder het lied ‘16 april’ dat generaties is overgebracht, tot in de jaren vijftig het liedje openbaar werd gemaakt, nadat het in Nederland werd geperst op grammofoonplaat.

Hier volgt de tekst van het lied, alsook de vertaling in het Nederlands:

Na 16 april Op 16 april
Di mi boto lai Toen mijn boot was geladen
Na Tapanahoni Naar Tapanahony
Na drape mi de go Daar ga ik naar toe
Falawatra miti mi ik kwam het water in de rivier op zijn laagste punt tegen
Na Ansubangi  bij Ansubangi/ bij Meerzorg
Na Tapanohoni  Naar Tapanahony
Na drape mi de go Daar ga ik naar toe
Ma di mi doro na Ansubangi  Maar toen ik aankwam bij Ansubangi
Ne mi ati ben sari fu tru toen begon ik echt ontroerd te raken
Di mi memre den moi moi foto wenke Vooral toen ik dacht aan de mooie stadsvrouwen
Ne mi ati ben sari fu tru Toen begon ik echt ontroerd te raken
Gowtu keti na yu neki  Gouden kettingen om je nek
Gowtu linga na yu finga  gouden ringen aan jouw vingers
Rosalina fu san yu de krei Rosalina, waarom moet je dan treuren

 

 

Imro L. Smith, onderzoeker/schrijver Surinaamse arbeidshistorie

Delen:

Meer nieuws

SPWE maakt doorstart

De Stichting Productieve Werkeenheden (SPWE) heeft een doorstart gemaakt met de launch van haar geplande kosteloze softskills trainingen voor dit jaar. Delen:

Delen:

Lijk man aangespoeld te Livorno

De politie van Livorno kreeg woensdagmiddag een melding binnen dat het lijk van een man, vermoedelijk van Hindoestaanse komaf, op een bepaalde locatie in de…

Delen:

Postverzender en verstrekkers ingesloten

Rechercheurs van de Narcoticabrigade hebben de 33-jarige Guirmo J., de 34-jarige Clarence K. en de 27-jarige Mitchel K. opgespoord en aangehouden. Delen:

Delen:

De leerling overtreft de meester

INGEZONDEN- Allereerst wil ik beginnen met de stelling van George Clemenceau, Franse politicus,  n.l. :  “Een verrader is een politicus die zijn partij verlaat om…

Delen:

Drugsvervoerder onderweg naar Frans-Guyana gepakt

Het Arrestatie Team heeft dinsdag in samenwerking met het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) de 27-jarige drugsverdachte Oerifride S. aangehouden met een hoeveelheid drugs en overgedragen…

Delen:

First lady bezoekt Gakaba en Langa Tabiki

Een delegatie bestaande uit onder andere First lady Ingrid Bouterse-Waldring, de minister van Volksgezondheid, Antoine Elias en de directeur van de Stichting Staatsziekenfonds (SZF), Rick…

Delen:

Regering sterk gefocust op export

Het ministerie van Handel Industrie en Toerisme (HI&T) is bezig de standaarden te ontwikkelen met het standaardenbureau om te voldoen aan internationale standaarden die nodig…

Delen:

OHM bezoekt vicepresident Adhin

De vorige week heeft Stichting Organisatie Hindoe Media (OHM) een bezoek gebracht aan vicepresident (vp) Ashwin Adhin. Delen:

Delen:

Change Managementtraining HRM gestart op Biza

Op het ministerie van Binnenlandse Zaken (Biza) heeft de kick-off plaatsgevonden van de Change Managementtraining voor institutionele versterking van Human Resource Management (HRM) agenten. Delen:

Delen:
Scroll Up