GFC NIEUWSREDACTIE- De Wet Productie Kredietfonds is donderdag met algemene 29 stemmen aangenomen door het Surinaams parlement.
In het kader van het bevorderen van de groei en ontwikkeling van kleine- en middelgrote ondernemingen, alsmede van producenten van goederen en diensten die waarde toevoegend zijn, bestemd zijn voor export of import vervangend zijn, is het nodig een Productie Krediet Fonds in te stellen.
Tijdens de behandeling van de wet hebben Assembleeleden aandacht gevraagd voor de randvoorwaarden om dit fonds te laten slagen en werkelijk ervoor te zorgen dat de productie gestimuleerd wordt en ondernemers hun concurrentiepositie en verdiencapaciteit kunnen vergroten.
Radjendrekoemar Debie (VHP) pleitte voor de aanleg van industrieterreinen voorzien van alle nutsvoorzieningen om het de investeerders en starters makkelijk te maken om te ondernemen en ook om de initiële kosten bij het investeren aantrekkelijk te maken. Volgens Debie gaat de behandeling van de wet hand in hand met een goede infrastructuur om te kunnen ondernemen.
Debie zei dat het moeilijk is voor starters om aan een geschikt stuk grond te komen om bedrijfspanden op te zetten. Een normaal verzoek om aan een stuk domeingrond te komen voor industriële doeleinden duurt jaren. De wet zal volgens hem in de praktijk niet veel uitrichten als wij niet simultaan gaan werken om deze industrieparken op te zetten.
“De staat heeft parastatale bedrijven met equipment die ingezet kunnen worden om deze bedrijfsterreinen bouwrijp te maken. Landen in de wereld die hun klein industrie hebben kunnen ontwikkelen, is tot stand gekomen dankzij de faciliterende rol van de respectieve overheden op dit stuk. Dus we hoeven het wiel niet uit te vinden”, stelde Debie.
Productiestrategie Melvin Bouva (NDP) haalde aan dat met de wet het duurzaam versterken van de concurrentiepositie en het vergroten van de verdiencapaciteit van ondernemingen beoogd wordt.
Bouva vroeg wat de productiestrategie is van de regering. Volgens hem leven we in de omgekeerde wereld als er geen plan is van hoe we de productie willen en met wie. In het productieplan zou opgenomen moeten worden welke sectoren gestimuleerd moeten worden om te komen tot het gewenste resultaat.
“Welke niches binnen de sectoren? We kunnen alles willen, maar als de regering ongevoelig is voor een productieplan willen we weten wat het beleid in grote lijnen is”. Bouva zei dat het verwarrend is als we in dit fonds ook de landbouw willen accommoderen. NOVA is volgens hem bedoeld voor de agrarische productie. Voorts denkt hij dat NOVA onderdeel moet zijn van het PKF.
Rabin Parmessar, fractieleider van de NDP, legde de nadruk op incentives om de productie te stimuleren. Volgens hem mist de regering een beleidsvisie. “Hoe gaan wij het doen in een nationaal perspectief? Wat zijn de randvoorwaarden”. Hij riep de regering op gauw tot een samenhangend beeld te komen voor de stimulering van de lokale productie. Parmessar stelde voor dat dit fonds alleen bestemd wordt voor Surinamers en niet voor buitenlanders.
Hij merkte op dat met de devaluatie, alles wat in het fonds gestopt wordt morgen te weinig is en stelde voor om een bepaald percentage van de begroting of BBP erin te stoppen.
Parmessar is van mening dat het fonds liever bij het ministerie van EZ geplaatst wordt en niet bij Financiën, omdat dit ministerie niets weet van hoe het bedrijfsleven functioneert. Hij vroeg ook waarom het ministerie van LVV uitgesloten wordt, terwijl dit ministerie een belangrijke taak vervult als het gaat om de voedselproductie.
Volgens Parmessar moeten ook instituten zoals laboratoria en onderzoeksinstituten ruimte krijgen om uit dit fond te trekken.
Stephen Tsang (NDP) deelde zijn ervaring van het KMO Fonds met het parlement en zei dat een Kredietfonds minder efficiënt is als het gaat om het stimuleren en trainen van ondernemers. Tsang ziet de noodzaak er niet van in om een nieuw fonds op te zetten voor KMO’s. Het KMO fonds is een betere benaming voor de doelgroep. Hij pleitte voor een instantie om de ondernemers te begeleiden bij het traject om het krediet terug te betalen.
Volgens Tsang moet er in de wet een unit opgenomen worden om kredietaanvragers te begeleiden en te monitoren gedurende de lening. Hij stelde voor om in de wet op te nemen dat de rente voor de lening bij het PKF lager moet zijn dan bij de commerciële banken.
Volgens Tsang is de aanwezigheid van de VSB in het bestuur belangenverstrengeling, omdat de grootste importeurs in deze organisatie zitten. En de wet gaat om een fonds voor producenten van goederen en diensten voor de export of import vervangend. Tsang ziet liever de invulling door iemand van KKF.
Hij pleitte ook voor een vertegenwoordiger van het ministerie van Regionale Ontwikkeling vanwege de decentralisatiegedachte.
S. Gallant maakt deel uit van het freelance redactieteam van GFC Nieuws.
Voor contact: info@gfcnieuws.com